Inhoudsopgave
Ibuprofen en diclofenac zijn allebei veelgebruikte NSAID’s — ontstekingsremmende pijnstillers. Bij de apotheek liggen ze naast elkaar, en bij eerste gebruik valt het moeilijk te kiezen. Ze werken op dezelfde manier, maar er zijn relevante verschillen in veiligheid, toepassingen en beschikbaarheid. Dit artikel helpt je de juiste keuze te maken voor jouw situatie.
Hoe werken NSAID’s?
Ibuprofen en diclofenac behoren beide tot de klasse van niet-steroïde anti-inflammatoire geneesmiddelen (NSAID’s). Ze remmen het enzym cyclo-oxygenase (COX), dat verantwoordelijk is voor de aanmaak van prostaglandinen.
Prostaglandinen spelen een rol bij: – Pijnsignalering – Ontsteking – Koorts – Bescherming van het maagslijmvlies (via COX-1) – Bloedplaatjesaggregatie
Er zijn twee varianten: COX-1 en COX-2. Ibuprofen en diclofenac remmen beide vormen — maar niet in gelijke mate. Diclofenac heeft een iets hogere selectiviteit voor COX-2 ten opzichte van COX-1, al is dit verschil klein vergeleken met echte COX-2-selectieve middelen zoals celecoxib.
Pijnstillend en ontstekingsremmend effect
Bij lage doses zijn ibuprofen en diclofenac vrijwel gelijkwaardig in pijnstilling. Beide zijn effectief bij: – Spierpijn en sportblessures – Gewrichtspijn en artrose – Menstruatiepijn – Tandpijn – Hoofdpijn (inclusief spanningshoofdpijn) – Lage rugpijn
Bij hogere doses en bij inflammatoire aandoeningen zoals reumatoïde artritis is diclofenac iets beter onderzocht als chronisch middel, maar de klinische effectiviteit is grotendeels vergelijkbaar.
Maagbescherming
COX-1-remming vermindert de aanmaak van prostaglandinen die het maagslijmvlies beschermen. Dit is de reden dat NSAID’s maagirritatie, maagzuur en in ernstige gevallen maagzweren kunnen veroorzaken.
Diclofenac heeft in sommige studies een iets gunstiger maagprofiel dan ibuprofen bij vergelijkbare systemische doses, mogelijk door de hogere COX-2-selectiviteit. Dit verschil is echter klein en klinisch weinig relevant bij kortdurend gebruik.
Bij langdurig gebruik (meer dan 4 weken) of bij mensen met een verhoogd maagrisico wordt altijd een protonpompremmer aanbevolen — bij zowel ibuprofen als diclofenac.
Cardiovasculaire risico’s
Dit is het belangrijkste onderscheidende punt tussen de twee.
Diclofenac heeft een hoger cardiovasculair risico dan ibuprofen bij chronisch gebruik. Grote observationele studies — waaronder de CNT-studie (Coxib and traditional NSAID Trialists’ Collaboration) en de DECIDE-studie — tonen aan dat diclofenac het risico op hartinfarct, beroerte en cardiovasculaire sterfte vergelijkbaar verhoogt met COX-2-selectieve remmers zoals celecoxib.
Ibuprofen verhoogt het cardiovasculaire risico ook, maar minder dan diclofenac. Bij OTC-doses (1200 mg/dag) is het risico beperkt.
Naproxen heeft van alle NSAID’s het meest gunstige cardiovasculaire risicoprofiel en wordt soms aanbevolen als alternatief bij chronische pijn bij patiënten met een verhoogd cardiovasculair risico.
Het cardiovasculaire risico is dosisafhankelijk en tijdsgebonden: hoe hoger de dosis en hoe langer het gebruik, hoe groter het risico.
Beschikbaarheid en doseringen
Ibuprofen:
- Vrij verkrijgbaar (OTC) in doses van 200
- 400 mg per tablet
- Maximale OTC
- dosis: 1200 mg/dag (3x 400 mg)
- Op recept beschikbaar tot 2400 mg/dag
- Kortdurend gebruik: 3
- 5 dagen bij pijn, 7
- 10 dagen bij ontsteking
Diclofenac:
- Verkrijgbaar als tablet (25
- 50 mg) en capsule
- In gel
- vorm (Voltaren emulgel) vrij verkrijgbaar voor plaatselijk gebruik bij spierpijn en artrose
- Systemisch gebruik op recept in hogere doses
- Gelformuleringen hebben een gunstiger veiligheidsprofit (minimale systemische opname)
Diclofenacgel: een praktische optie bij plaatselijke pijn
Een groot voordeel van diclofenac is de beschikbaarheid als gel. Bij lokale pijn — een kneuzing, artrose van de knie, achillespeesblessure — biedt plaatselijke applicatie van diclofenacgel vergelijkbare pijnstilling als orale NSAID’s, maar zonder de systemische bijwerkingen (maag, hart, nieren).
De NICE-richtlijnen en NHG bevelen topische NSAID’s aan als eerste stap bij artrose van de hand en knie, vóór systemische middelen.
Wanneer is paracetamol een betere keuze?
Paracetamol is voor veel pijnklachten de eerste keuze — ook al heeft het geen noemenswaardige anti-inflammatoire werking. De redenen:
- Geen maagklachten
- Geen cardiovasculair risico
- Veilig bij zwangerschap
- Veilig bij ouderen (mits correcte dosering)
- Veilig bij nierproblemen (NSAID’s zijn gecontra-indiceerd bij matige tot ernstige nierinsufficiëntie)
Paracetamol is de eerste keuze bij: – Artrose (pijnverlichting zonder ontsteking) – Ouderen >70 jaar – Mensen met maagklachten, hartproblemen of nierproblemen – Lichte tot matige pijn waar ontsteking geen grote rol speelt
Als paracetamol onvoldoende helpt en ontsteking een rol speelt, dan pas een NSAID overwegen — liefst zo laag mogelijke dosis, zo kort mogelijk.
Samenvatting: wanneer kies je wat?
| Situatie | Voorkeur |
|---|---|
| Acute spierpijn, kortdurend | Ibuprofen OTC |
| Lokale spierpijn / artrose knie | Diclofenacgel topisch |
| Menstruatiepijn | Ibuprofen (goed bewijs) |
| Chronische pijn, hoog CV-risico | Naproxen of paracetamol |
| Maagproblemen in voorgeschiedenis | Paracetamol + overleg arts |
| Gebruik van clopidogrel | Geen NSAID zonder overleg arts |
| Milde pijn, geen ontsteking | Paracetamol |
Bronnen
- NHG-standaard Pijn — stappenplan pijnstilling
- PubMed PMID 23726390 — Vascular and upper gastrointestinal effects of non-steroidal anti-inflammatory drugs (CNT meta-analysis)
- Farmacotherapeutisch Kompas — Ibuprofen preparaattekst
- Farmacotherapeutisch Kompas — Diclofenac preparaattekst
- PubMed PMID 27144254 — Topical diclofenac for musculoskeletal pain: systematic review
Dit artikel is uitsluitend bedoeld voor informatieve doeleinden en vervangt geen medisch advies. Raadpleeg je huisarts voor persoonlijk advies.