Inhoudsopgave
- Wat is colitis ulcerosa?
- Onderscheid met de ziekte van Crohn
- Symptomen en ziekte-activiteit
- Typische klachten
- Ziekte-activiteitsscores
- Extra-intestinale manifestaties
- Diagnose
- Colonoscopie met biopsie
- Bloedonderzoek
- Fecaal calprotectine
- Behandeling
- Milde tot matige CU: aminosalicylaten (5-ASA)
- Matige tot ernstige CU: steroïden
- Onderhoud: azathioprine en 6-mercaptopurine
- Matig-ernstige tot ernstige CU: biologicals
- Acute ernstige CU: ziekenhuisopname
- Langetermijnrisico: colorectaal carcinoom
- Colostomie en chirurgie
Colitis ulcerosa (CU) is een chronische ontsteking van het slijmvlies van de dikke darm. Het verloopt in opvlammingen en perioden van rust, en kan een grote impact hebben op het dagelijks leven. In dit artikel lees je hoe de aandoening werkt, hoe de diagnose wordt gesteld en welke behandelingen beschikbaar zijn.
Wat is colitis ulcerosa?
Colitis ulcerosa is een vorm van inflammatoire darmziekte (IBD). De ontsteking beperkt zich tot de mucosa (het binnenste slijmvlieslaag) van de dikke darm en begint vrijwel altijd in het rectum, waarna het zich aaneengesloten uitbreidt richting de blindedarm. Dit aaneengesloten patroon onderscheidt CU van de ziekte van Crohn, waarbij ontsteking overal in het maagdarmkanaal kan voorkomen en ‘skip lesions’ (gebieden met en zonder ontsteking door elkaar) kenmerkend zijn.
In Nederland hebben naar schatting 30.000 tot 40.000 mensen colitis ulcerosa. De ziekte kan op elke leeftijd beginnen, maar piekt tussen het 20e en 40e levensjaar.
Onderscheid met de ziekte van Crohn
| Kenmerk | Colitis ulcerosa | Ziekte van Crohn |
|---|---|---|
| Locatie | Alleen dikke darm | Hele maagdarmkanaal |
| Patroon | Aaneengesloten, begint rectaal | Skip lesions mogelijk |
| Diepte ontsteking | Alleen mucosa | Alle lagen darmwand |
| Fistels/abcessen | Zeldzaam | Frequent |
| Rookgedrag | Rokers lager risico | Rokers hoger risico |
| Mesalazine effectief | Ja | Nee |
Symptomen en ziekte-activiteit
Typische klachten
- Bloederige diarree: het meest kenmerkende symptoom, vaak met slijm
- Urgentie: plotselinge, dringende aandrang om naar het toilet te gaan
- Tenesmus: pijnlijk gevoel van onvolledige ontlasting
- Buikkrampen, met name links onderin de buik
- Vermoeidheid en gewichtsverlies bij actieve ziekte
Ziekte-activiteitsscores
Om de ernst te beoordelen, gebruiken artsen gestandaardiseerde scores. De Mayo Score is de meest gebruikte:
- Mayo 0-2: remissie
- Mayo 3-5: milde activiteit
- Mayo 6-10: matige tot ernstige activiteit
- Mayo 11-12: ernstig/fulminant
Een fulminante aanval (>10 bloederige ontlastingen per dag, koorts, tachycardie, anemie) is een spoedsituatie die ziekenhuisopname vereist.
Extra-intestinale manifestaties
CU kan ook buiten de darm symptomen geven: – Gewrichten: artritis (tot 25% van CU-patiënten) – Ogen: episcleritis, uveïtis – Huid: erythema nodosum, pyoderma gangrenosum – Lever: primaire scleroserende cholangitis (PSC), een ernstige levercomplicatie
Diagnose
Colonoscopie met biopsie
De gouden standaard voor diagnose is colonoscopie met meerdere biopten. Bij CU ziet de endoscopist: – Granulaire, kwetsbare mucosa – Verlies van vasculair patroon – Erosies en ulcera – Continu patroon vanaf het rectum
Biopsie is noodzakelijk om de diagnose histologisch te bevestigen en te differentiëren van infectieuze colitis en Crohn.
Bloedonderzoek
- CRP en BSE: verhoogd bij actieve ontsteking (bij milde CU soms normaal)
- Volledig bloedbeeld: anemie door chronisch bloedverlies is frequent
- Albumine: laag bij ernstige ziekte (ondervoeding, eiwitverlies)
- IJzerstatus: ferritine laag door chronisch bloedverlies
Fecaal calprotectine
Fecaal calprotectine is een gevoelige marker voor darmontstekingen. Bij actieve CU is het sterk verhoogd (often > 500 μg/g). Het is ook nuttig voor het monitoren van ziekteactiviteit en het voorspellen van opvlammingen.
Behandeling
De behandeling is gericht op twee doelen: het bereiken van remissie (actieve fase) en het onderhouden van remissie (voorkomen van terugval).
Milde tot matige CU: aminosalicylaten (5-ASA)
Mesalazine (ook bekend onder de merknamen Salofalk, Pentasa, Asacol) is de hoeksteen van behandeling bij milde tot matige CU. Het werkt topicaal (lokaal in de darm) als ontstekingsremmer via remming van prostaglandinesynthese en NF-κB.
Toedieningswegen: – Rectale klysma of zetpil: bij proctitis of linkszijdige CU — hoge lokale concentratie – Oraal (tabletten/granulaat): bij uitgebreidere ziekte – Combinatie rectaal + oraal: effectiever dan monotherapie
Bij proctitis (alleen rectum aangetast): mesalazine zetpil 1000 mg/dag is eerste keuze. Bij linkszijdige CU of uitgebreidere ziekte: oraal mesalazine 2-4,8 g/dag, eventueel gecombineerd met klysma.
Matige tot ernstige CU: steroïden
Bij onvoldoende respons op 5-ASA worden corticosteroïden (prednisolon, budesonide) ingezet om remissie te induceren. Ze werken snel maar zijn niet geschikt voor langdurig onderhoud door bijwerkingen (osteoporose, gewichtstoename, infectierisico).
Onderhoud: azathioprine en 6-mercaptopurine
Voor onderhoud van remissie bij patiënten die te snel terugvallen of steroïdeafhankelijk zijn, worden immunomodulatoren ingezet: – Azathioprine (Imuran): 2-2,5 mg/kg/dag – 6-mercaptopurine (6-MP): vergelijkbare werking
Werking duurt 3-6 maanden — geduld is vereist. Regelmatige bloedcontroles (leverwaarden, bloedbeeld) zijn noodzakelijk.
Matig-ernstige tot ernstige CU: biologicals
Anti-TNF-alfa middelen: – Infliximab (Remicade): intraveneus, effectief bij matig-ernstige CU – Adalimumab (Humira): subcutaan, zelf te injecteren – Golimumab (Simponi): subcutaan
Integrine-remmers: – Vedolizumab (Entyvio): remt darmontstekingen selectief (darmspecifiek, minder systemische bijwerkingen dan TNF-remmers)
IL-12/23-remmers: – Ustekinumab (Stelara): ook effectief bij CU
JAK-remmers: – Tofacitinib (Xeljanz): oraal beschikbaar, snel werkend; hogere dosis geassocieerd met cardiovasculaire risico’s
Acute ernstige CU: ziekenhuisopname
Bij fulminante aanval: intraveneuze steroïden (methylprednisolon 60 mg/dag). Bij non-respons na 3-5 dagen: rescue therapie met infliximab of ciclosporine. Bij falen van beide: noodcolectomie.
Langetermijnrisico: colorectaal carcinoom
CU vergroot het risico op colorectaal carcinoom bij: – Duur > 8 tot 10 jaar – Uitgebreide ziekte (pancolitis) – Aanwezigheid van PSC (primaire scleroserende cholangitis)
Vanwege dit verhoogde risico is surveillance colonoscopie aanbevolen: na 8-10 jaar ziekteduur elke 1-5 jaar, afhankelijk van risicofactoren. Je MDL-arts bepaalt het individuele schema.
Colostomie en chirurgie
De meeste CU-patiënten kunnen medicamenteus behandeld worden. Chirurgie (colectomie) is noodzakelijk bij: – Acuut falen van medicamenteuze behandeling (noodoperatie) – Dysplasie (vroeg stadia tumorvorming) bij surveillance – Onbeheersbare ziekte ondanks biologicals – Complicaties zoals toxisch megacolon, perforatie of ernstig bloedverlies
Bij geplande colectomie kan een ileale pouch-anale anastomose (IPAA) worden aangelegd, waarbij een reservoir van dunne darm wordt gemaakt dat de functie van het rectum overneemt. De meeste patiënten gaan na een geslaagde IPAA 4-8 keer per dag naar het toilet zonder ontlastingsinlegger.
Bronnen
- NVMDL — CBO-richtlijn Inflammatoire darmziekten: diagnose en behandeling
- Harbord M et al. — Third European Evidence-based Consensus on Diagnosis and Management of Ulcerative Colitis (PMID 30243553)
- Farmacotherapeutisch Kompas — Mesalazine: indicaties, dosering en bijwerkingen
- MLDS — Colitis ulcerosa: patiëntinformatie
- Travis SP et al. — European evidence-based Consensus on the management of ulcerative colitis (PMID 17488720)
Dit artikel is uitsluitend bedoeld voor informatieve doeleinden en vervangt geen medisch advies. Raadpleeg je huisarts voor persoonlijk advies.