Colitis ulcerosa: symptomen, diagnose en behandeling

Medische disclaimer: Dit artikel is informatief bedoeld en vervangt geen advies van een arts of apotheker. Raadpleeg altijd een zorgverlener bij vragen over uw gezondheid of medicijngebruik.
Inhoudsopgave
  1. Wat is colitis ulcerosa?
  2. Onderscheid met de ziekte van Crohn
  3. Symptomen en ziekte-activiteit
  4. Typische klachten
  5. Ziekte-activiteitsscores
  6. Extra-intestinale manifestaties
  7. Diagnose
  8. Colonoscopie met biopsie
  9. Bloedonderzoek
  10. Fecaal calprotectine
  11. Behandeling
  12. Milde tot matige CU: aminosalicylaten (5-ASA)
  13. Matige tot ernstige CU: steroïden
  14. Onderhoud: azathioprine en 6-mercaptopurine
  15. Matig-ernstige tot ernstige CU: biologicals
  16. Acute ernstige CU: ziekenhuisopname
  17. Langetermijnrisico: colorectaal carcinoom
  18. Colostomie en chirurgie

Colitis ulcerosa (CU) is een chronische ontsteking van het slijmvlies van de dikke darm. Het verloopt in opvlammingen en perioden van rust, en kan een grote impact hebben op het dagelijks leven. In dit artikel lees je hoe de aandoening werkt, hoe de diagnose wordt gesteld en welke behandelingen beschikbaar zijn.


Wat is colitis ulcerosa?

Colitis ulcerosa is een vorm van inflammatoire darmziekte (IBD). De ontsteking beperkt zich tot de mucosa (het binnenste slijmvlieslaag) van de dikke darm en begint vrijwel altijd in het rectum, waarna het zich aaneengesloten uitbreidt richting de blindedarm. Dit aaneengesloten patroon onderscheidt CU van de ziekte van Crohn, waarbij ontsteking overal in het maagdarmkanaal kan voorkomen en ‘skip lesions’ (gebieden met en zonder ontsteking door elkaar) kenmerkend zijn.

In Nederland hebben naar schatting 30.000 tot 40.000 mensen colitis ulcerosa. De ziekte kan op elke leeftijd beginnen, maar piekt tussen het 20e en 40e levensjaar.


Onderscheid met de ziekte van Crohn

Kenmerk Colitis ulcerosa Ziekte van Crohn
Locatie Alleen dikke darm Hele maagdarmkanaal
Patroon Aaneengesloten, begint rectaal Skip lesions mogelijk
Diepte ontsteking Alleen mucosa Alle lagen darmwand
Fistels/abcessen Zeldzaam Frequent
Rookgedrag Rokers lager risico Rokers hoger risico
Mesalazine effectief Ja Nee

Symptomen en ziekte-activiteit

Typische klachten

  • Bloederige diarree: het meest kenmerkende symptoom, vaak met slijm
  • Urgentie: plotselinge, dringende aandrang om naar het toilet te gaan
  • Tenesmus: pijnlijk gevoel van onvolledige ontlasting
  • Buikkrampen, met name links onderin de buik
  • Vermoeidheid en gewichtsverlies bij actieve ziekte

Ziekte-activiteitsscores

Om de ernst te beoordelen, gebruiken artsen gestandaardiseerde scores. De Mayo Score is de meest gebruikte:

  • Mayo 0-2: remissie
  • Mayo 3-5: milde activiteit
  • Mayo 6-10: matige tot ernstige activiteit
  • Mayo 11-12: ernstig/fulminant

Een fulminante aanval (>10 bloederige ontlastingen per dag, koorts, tachycardie, anemie) is een spoedsituatie die ziekenhuisopname vereist.

Extra-intestinale manifestaties

CU kan ook buiten de darm symptomen geven: – Gewrichten: artritis (tot 25% van CU-patiënten) – Ogen: episcleritis, uveïtis – Huid: erythema nodosum, pyoderma gangrenosum – Lever: primaire scleroserende cholangitis (PSC), een ernstige levercomplicatie


Diagnose

Colonoscopie met biopsie

De gouden standaard voor diagnose is colonoscopie met meerdere biopten. Bij CU ziet de endoscopist: – Granulaire, kwetsbare mucosa – Verlies van vasculair patroon – Erosies en ulcera – Continu patroon vanaf het rectum

Biopsie is noodzakelijk om de diagnose histologisch te bevestigen en te differentiëren van infectieuze colitis en Crohn.

Bloedonderzoek

  • CRP en BSE: verhoogd bij actieve ontsteking (bij milde CU soms normaal)
  • Volledig bloedbeeld: anemie door chronisch bloedverlies is frequent
  • Albumine: laag bij ernstige ziekte (ondervoeding, eiwitverlies)
  • IJzerstatus: ferritine laag door chronisch bloedverlies

Fecaal calprotectine

Fecaal calprotectine is een gevoelige marker voor darmontstekingen. Bij actieve CU is het sterk verhoogd (often > 500 μg/g). Het is ook nuttig voor het monitoren van ziekteactiviteit en het voorspellen van opvlammingen.


Behandeling

De behandeling is gericht op twee doelen: het bereiken van remissie (actieve fase) en het onderhouden van remissie (voorkomen van terugval).

Milde tot matige CU: aminosalicylaten (5-ASA)

Mesalazine (ook bekend onder de merknamen Salofalk, Pentasa, Asacol) is de hoeksteen van behandeling bij milde tot matige CU. Het werkt topicaal (lokaal in de darm) als ontstekingsremmer via remming van prostaglandinesynthese en NF-κB.

Toedieningswegen: – Rectale klysma of zetpil: bij proctitis of linkszijdige CU — hoge lokale concentratie – Oraal (tabletten/granulaat): bij uitgebreidere ziekte – Combinatie rectaal + oraal: effectiever dan monotherapie

Bij proctitis (alleen rectum aangetast): mesalazine zetpil 1000 mg/dag is eerste keuze. Bij linkszijdige CU of uitgebreidere ziekte: oraal mesalazine 2-4,8 g/dag, eventueel gecombineerd met klysma.

Matige tot ernstige CU: steroïden

Bij onvoldoende respons op 5-ASA worden corticosteroïden (prednisolon, budesonide) ingezet om remissie te induceren. Ze werken snel maar zijn niet geschikt voor langdurig onderhoud door bijwerkingen (osteoporose, gewichtstoename, infectierisico).

Onderhoud: azathioprine en 6-mercaptopurine

Voor onderhoud van remissie bij patiënten die te snel terugvallen of steroïdeafhankelijk zijn, worden immunomodulatoren ingezet: – Azathioprine (Imuran): 2-2,5 mg/kg/dag – 6-mercaptopurine (6-MP): vergelijkbare werking

Werking duurt 3-6 maanden — geduld is vereist. Regelmatige bloedcontroles (leverwaarden, bloedbeeld) zijn noodzakelijk.

Matig-ernstige tot ernstige CU: biologicals

Anti-TNF-alfa middelen: – Infliximab (Remicade): intraveneus, effectief bij matig-ernstige CU – Adalimumab (Humira): subcutaan, zelf te injecteren – Golimumab (Simponi): subcutaan

Integrine-remmers: – Vedolizumab (Entyvio): remt darmontstekingen selectief (darmspecifiek, minder systemische bijwerkingen dan TNF-remmers)

IL-12/23-remmers: – Ustekinumab (Stelara): ook effectief bij CU

JAK-remmers: – Tofacitinib (Xeljanz): oraal beschikbaar, snel werkend; hogere dosis geassocieerd met cardiovasculaire risico’s

Acute ernstige CU: ziekenhuisopname

Bij fulminante aanval: intraveneuze steroïden (methylprednisolon 60 mg/dag). Bij non-respons na 3-5 dagen: rescue therapie met infliximab of ciclosporine. Bij falen van beide: noodcolectomie.


Langetermijnrisico: colorectaal carcinoom

CU vergroot het risico op colorectaal carcinoom bij: – Duur > 8 tot 10 jaar – Uitgebreide ziekte (pancolitis) – Aanwezigheid van PSC (primaire scleroserende cholangitis)

Vanwege dit verhoogde risico is surveillance colonoscopie aanbevolen: na 8-10 jaar ziekteduur elke 1-5 jaar, afhankelijk van risicofactoren. Je MDL-arts bepaalt het individuele schema.


Colostomie en chirurgie

De meeste CU-patiënten kunnen medicamenteus behandeld worden. Chirurgie (colectomie) is noodzakelijk bij: – Acuut falen van medicamenteuze behandeling (noodoperatie) – Dysplasie (vroeg stadia tumorvorming) bij surveillance – Onbeheersbare ziekte ondanks biologicals – Complicaties zoals toxisch megacolon, perforatie of ernstig bloedverlies

Bij geplande colectomie kan een ileale pouch-anale anastomose (IPAA) worden aangelegd, waarbij een reservoir van dunne darm wordt gemaakt dat de functie van het rectum overneemt. De meeste patiënten gaan na een geslaagde IPAA 4-8 keer per dag naar het toilet zonder ontlastingsinlegger.



Bronnen

Dit artikel is uitsluitend bedoeld voor informatieve doeleinden en vervangt geen medisch advies. Raadpleeg je huisarts voor persoonlijk advies.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

↑
Scroll naar boven