Inhoudsopgave
- Hormoontherapie (HRT): de meest effectieve behandeling
- Systemische HRT: oestrogeen + progesteron (bij intact baarmoeder)
- Systemische HRT: oestrogeen alleen (na verwijdering baarmoeder)
- Transdermaal vs oraal: relevant verschil
- Bioidentieke hormonen
- Lokale oestrogeentherapie: voor genitourogenitale klachten
- Niet-hormonale opties
- SSRI’s en SNRI’s
- Gabapentine
- Clonidine
- Fezolinetant (Veoza): nieuwe niet-hormonale optie
- Fytooestrogenen: bewijs beperkt
- Wanneer naar de gynaecoloog?
- Wanneer naar de huisarts?
Opvliegers die je nachtrust verwoesten, stemmingswisselingen die je relaties onder druk zetten, of vaginale droogheid die seks pijnlijk maakt — overgangsklachten kunnen een enorme impact hebben op je kwaliteit van leven. Gelukkig zijn er meerdere medicamenteuze opties beschikbaar, variërend van hormoontherapie tot nieuwere niet-hormonale middelen. In dit artikel lees je welke medicijnen bij de overgang worden ingezet, hoe ze werken, en voor wie ze geschikt zijn.
Hormoontherapie (HRT): de meest effectieve behandeling
Hormoontherapie — ook wel hormoonvervangende therapie (HVT) of HRT (hormone replacement therapy) — is de meest effectieve behandeling voor vasomotorische klachten (opvliegers, nachtelijk zweten). Het werkt door de gedaalde oestrogeen- en/of progesteronspiegels aan te vullen.
Systemische HRT: oestrogeen + progesteron (bij intact baarmoeder)
Als je nog een baarmoeder hebt, heb je altijd naast oestrogeen ook progesteron nodig. Oestrogeen alleen stimuleert het baarmoederslijmvlies en verhoogt het risico op baarmoederkanker. Progesteron beschermt dit slijmvlies.
Combinatiepreparaten in Nederland: – Femoston (estradiol + dydrogesteron) — beschikbaar in varianten 1/5, 1/10 en 2/10 – Kliogest, Trisequens (estradiol + norethisteron) — continuestherapie of sequentieel – Angeliq (estradiol + drospirenon) — ook een lichte diuretische werking via drospirenon
Systemische HRT: oestrogeen alleen (na verwijdering baarmoeder)
Vrouwen die een baarmoederverwijdering (hysterectomie) hebben ondergaan, hebben geen progesteron nodig en kunnen oestrogeen alléén gebruiken.
Toedieningsvormen: – Tabletten (bijv. Progynova, Zumenon) — oraal – Pleisters (bijv. Estradot, Femseven) — transdermaal, vermijdt leverpassage – Gel (bijv. Oestrogel, Sandrena) — transdermaal via huid – Spray (Lenzetto) — transdermale spray
Transdermaal vs oraal: relevant verschil
Transdermale toediening (pleister, gel, spray) omzeilt de eerste leverpassage. Dit resulteert in: – Lager tromboserisico — oraal oestrogeen verhoogt stollingseiwitten in de lever; transdermaal doet dat niet of nauwelijks – Stabielere hormoonspiegels – Minder misselijkheid
Bij vrouwen met een verhoogd tromboserisico of migraine met aura is transdermaal de voorkeur.
Bioidentieke hormonen
“Bioidentieke hormonen” zijn chemisch identiek aan de hormonen die je eigen lichaam aanmaakt. Geregistreerde geneesmiddelen bevatten al bioidentiek oestrogeen (estradiol, 17β-estradiol) en progesteron. De term wordt echter ook gebruikt voor niet-geregistreerde bereidingen bij compoundingapotheken. Deze zijn niet gecontroleerd op veiligheid, effectiviteit en dosisnauwkeurigheid — en worden door NVOG en EMA afgeraden.
Lokale oestrogeentherapie: voor genitourogenitale klachten
Bij vaginale droogheid, pijn bij seks of urinewegklachten is lokale oestrogeentherapie de eerste keuze. Het gaat om lage doses oestrogeen die plaatselijk worden aangebracht en nauwelijks in het bloed terechtkomen.
Vormen: – Vaginale zetpillen (bijv. Vagifem, Vagirux) — estradiol 10 mcg – Vaginale crème (bijv. Ovestin, Colpogyn) — estriol – Vaginale ring (Estring) — laag doses estradiol, gedurende 3 maanden – Vaginale tablet (Imvexxy) — niet in alle landen beschikbaar
Lokaal oestrogeen is ook veilig te gebruiken door vrouwen bij wie systemische HRT is gecontra-indiceerd (bijv. na borstkanker, in overleg met oncoloog).
Niet-hormonale opties
SSRI’s en SNRI’s
Bepaalde antidepressiva verminderen de frequentie en intensiteit van opvliegers, ook bij vrouwen zonder depressie. Ze werken via het serotonerge systeem in de hypothalamus, dat betrokken is bij temperatuurregulatie.
Meest gebruikt: – Venlafaxine (SNRI) 37,5–75 mg — effectief en goed gedocumenteerd – Paroxetine (SSRI) 7,5–10 mg — specifiek voor opvliegers in lagere dosis dan als antidepressivum – Escitalopram, sertraline — minder onderzoek specifiek voor opvliegers maar ook ingezet
Voordelen: ook effectief voor stemmingsklachten. Nadelen: seksuele bijwerkingen (verminderd libido, orgasmeproblemen), misselijkheid bij start, en stopeffecten bij abrupt staken.
Aandachtspunt: paroxetine mag niet gecombineerd worden met tamoxifen (bij borstkankerbehandeling) omdat het de omzetting van tamoxifen remt.
Gabapentine
Gabapentine (antiepilepticum) vermindert opvliegers via een centraal werkingsmechanisme. Het wordt soms ingezet bij vrouwen die HRT niet willen of mogen en bij wie SSRI’s niet werken. Bijwerkingen: sufheid, duizeligheid, gewichtstoename. Wordt minder gebruikt dan SSRI’s.
Clonidine
Clonidine (een bloeddrukverlagend middel) vermindert de vaatverwijding die bij opvliegers optreedt. Het is effectiever dan placebo maar minder effectief dan HRT of SSRI’s. Bijwerkingen: droge mond, slaperigheid, duizeligheid.
Fezolinetant (Veoza): nieuwe niet-hormonale optie
Fezolinetant is een relatief nieuw geneesmiddel dat in 2023 door de EMA is goedgekeurd voor de behandeling van matige tot ernstige vasomotorische klachten bij vrouwen in de overgang. Het is een NK3-receptorantagonist: het blokkeert een specifieke receptor in de hypothalamus die betrokken is bij de temperatuurregulatie en die bij oestrogeendaling overactief wordt.
Voordelen: – Niet-hormonaal — geschikt voor vrouwen die HRT niet willen of mogen – Specifiek werkingsmechanisme – In klinische studies (SKYLIGHT-studies) significant effectiever dan placebo voor opvliegers
Nadelen: – Relatief nieuw — langetermijnveiligheidsgegevens beperkt – Niet te combineren met bepaalde leverbelastende middelen – Nog niet overal vergoed in Nederland
Fytooestrogenen: bewijs beperkt
Fytooestrogenen (in soja, rode klaver, black cohosh) worden veel gebruikt als “natuurlijk alternatief” voor HRT. Het wetenschappelijke bewijs is echter beperkt en inconsistent. Sommige studies laten een bescheiden effect zien op opvliegers; andere niet. Black cohosh heeft zeldzame maar ernstige leverbijwerkingen. Fytooestrogenen worden door de NVOG niet als standaardbehandeling aanbevolen.
Wanneer naar de gynaecoloog?
- Klachten reageren onvoldoende op huisartsbehandeling
- Je wil advies over een specifiek HRT-preparaat of toedieningsvorm
- Je overweegt hormonale therapie na borstkanker of trombosequellen
- Je hebt complexe medische voorgeschiedenis (hart- en vaatziekten, bloedstollingsproblemen)
- Je ervaart overgangsklachten vóór je 45e en wil weten wat de opties zijn
Wanneer naar de huisarts?
- Je hebt overgangsklachten die je dagelijks leven belemmeren
- Je wil weten welke behandeling bij jou past (hormonaal of niet-hormonaal)
- Je gebruikt al HRT en hebt bijwerkingen of vragen over dosisaanpassing
Bronnen
- NHG-standaard Overgang
- NICE Guideline NG23 — Menopause: diagnosis and management (2023 update)
- EMA — Veoza (fezolinetant) Europese goedkeuring
- Farmacotherapeutisch Kompas — Overgangsbehandeling en HRT-preparaten
- NVOG — Overgang en hormoontherapie
- Pinkerton JV et al. Nonhormonal management of menopause-associated vasomotor symptoms. Menopause. 2017. PMID: 31516180
Dit artikel is uitsluitend bedoeld voor informatieve doeleinden en vervangt geen medisch advies. Raadpleeg je huisarts voor persoonlijk advies.