Inhoudsopgave
- Wat is struma?
- Hoe vaak komt struma voor?
- Oorzaken van struma
- 1. Jodiumtekort (historisch, wereldwijd nog relevant)
- 2. Hashimoto-thyreoïditis
- 3. Graves-ziekte
- 4. Schildklierknobbels (noduli)
- 5. Schildklierkanker
- 6. Medicijnen
- 7. Zwangerschap
- Symptomen van struma
- Wanneer zijn knobbels gevaarlijk?
- Hoe verloopt het onderzoek?
- Stap 1: Bloedonderzoek
- Stap 2: Echografie
- Stap 3: FNA-biopsie (fijne naaldaspiratie)
- Schildklierkanker: hoe zeldzaam, hoe goede prognose?
- Behandeling afhankelijk van oorzaak
- Watchful waiting
- Jodium
- Medicatie
- Radioactief jodium
- Operatie
- Wanneer naar de huisarts?
Een vergrote schildklier — medisch “struma” of “goiter” genoemd — klinkt misschien alarmerend als je het voor het eerst hoort. Maar de meeste gevallen zijn goedaardig en vergen geen acute behandeling. Toch is het belangrijk om de oorzaak te achterhalen en te begrijpen wanneer het wél aandacht vraagt.
Dit artikel legt uit wat struma is, welke oorzaken er zijn, wanneer knobbels in de schildklier zorgwekkend zijn, hoe het onderzoek verloopt, en hoe de behandeling er per situatie uitziet. En ja: we bespreken ook schildklierkanker — eerlijk en in perspectief.
Wat is struma?
Struma betekent letterlijk “vergrote schildklier”. Normaal weegt een schildklier 20–30 gram; bij struma is dit meer. De mate van vergroting varieert: van een nauwelijks waarneembare vergroting op echo, tot een zichtbare zwelling die je met het blote oog ziet.
Soorten struma: – Diffuus struma: de hele schildklier is gelijkmatig vergroot – Multinoduleus struma: meerdere knobbels (noduli) in de schildklier – Solitaire nodus: één knobbel in een verder normaal schildklier
Struma zegt niets over de schildklierfunctie: de schildklier kan vergroot zijn terwijl ze normaal, te traag of te snel werkt.
Hoe vaak komt struma voor?
Struma is wereldwijd een van de meest voorkomende schildklieraandoeningen. Globaal wordt geschat dat 10–15% van de volwassen bevolking een of meer knobbels heeft die groot genoeg zijn om echografisch zichtbaar te zijn. Bij echografisch onderzoek wordt bij 50–60% van mensen boven de 60 jaar minstens één knobbel gevonden.
Veruit de meeste knobbels zijn goedaardig. Minder dan 5% van alle schildklierknobbels is kwaadaardig.
Oorzaken van struma
1. Jodiumtekort (historisch, wereldwijd nog relevant)
Vroeger was jodiumtekort de meest voorkomende oorzaak van struma — vandaar dat struma in bergachtige regio’s ver van de zee veel voorkwam. Bij jodiumtekort stimuleert de hypofyse de schildklier extra hard (via TSH), wat leidt tot vergroting.
In Nederland is ernstig jodiumtekort zeldzaam dankzij gejodeerd broodbakkerszout. Maar wereldwijd is jodiumtekort nog altijd de grootste oorzaak van struma.
2. Hashimoto-thyreoïditis
Bij Hashimoto kan de schildklier in vroege fasen vergroot raken door de ontsteking. Later, als meer schildklierweefsel wordt aangetast, kan de schildklier juist kleiner worden. Hashimoto is in Nederland een van de meest voorkomende oorzaken van struma.
3. Graves-ziekte
De diffuus vergrote, hyperactieve schildklier bij Graves is een klassiek struma. Hierbij is de schildklier warm aanvoelend en kan er een vaatgeruis hoorbaar zijn.
4. Schildklierknobbels (noduli)
Goedaardige knobbels (adenomen, cysten) kunnen de schildklier plaatselijk vergroten. Bij meerdere knobbels spreekt men van een multinoduleus struma.
5. Schildklierkanker
Een klein percentage van schildklierknobbels is kwaadaardig. Dit is een van de redenen waarom knobbels altijd geëvalueerd moeten worden.
6. Medicijnen
Lithium (bij bipolaire stoornis) en amiodaron (hartmedicijn) kunnen de schildklierfunctie beïnvloeden en struma veroorzaken.
7. Zwangerschap
Tijdens de zwangerschap werkt de schildklier harder. Bij een licht suboptimale jodiuminname kan dit tijdelijk leiden tot een lichte vergroting.
Symptomen van struma
Kleine struma’s geven vaak helemaal geen klachten — ze worden bij toeval gevonden op een echo of bij een arts-onderzoek.
Grotere struma’s kunnen geven: – Zichtbare zwelling aan de voorzijde van de hals – Druk- of volgevoel in de hals – Slikproblemen (dysfagie): het struma drukt op de slokdarm – Heesheid: druk op de stembanden (nervus recurrens) – Benauwdheid: druk op de luchtpijp — bij groot struma – Pijn: bij bloeding in een knobbel (snel opkomend, hevig) of bij subacute thyreoïditis
Wanneer zijn knobbels gevaarlijk?
De meeste knobbels zijn goedaardig. Maar er zijn kenmerken die een verhoogd risico op kwaadaardigheid aangeven:
Echografische kenmerken die verder onderzoek rechtvaardigen: – Microcalcificaties (kleine kalkachtige depositiesjes) – Irregulaire randen – Overwegend solide en hypoechogeen (donker op echo) – Verhoogde interne doorbloeding – Groter dan 1 cm
Klinische kenmerken die verder onderzoek rechtvaardigen: – Snelle groei van een knobbel – Harde, vaste, gefixeerde knobbel bij palpatie – Heesheid, slikproblemen (bij compressie of ingroei) – Vergrote lymfeklieren in de hals – Eerstegraads familiegeschiedenis van schildklierkanker
Patiëntkenmerken met verhoogd risico: – Bestralingstrauma hoofd/hals in de jeugd – Erfelijke syndromen (MEN2, familiale adenomateuze polyposis)
Hoe verloopt het onderzoek?
Stap 1: Bloedonderzoek
TSH en FT4 om de schildklierfunctie te beoordelen. Soms calcitonine (bij vermoeden medullair schildkliercarcinoom).
Stap 2: Echografie
Dit is de standaard beeldvorming. De echografist beoordeelt grootte, structuur, echogeniciteit en kenmerken van knobbels. Er bestaan gestandaardiseerde risicoclassificatiesystemen (EU-TIRADS in Europa, ACR-TIRADS in Amerika) die de knobbel een risicocategorie geven.
Stap 3: FNA-biopsie (fijne naaldaspiratie)
Bij knobbels met verdachte echografische kenmerken wordt een biopsie aanbevolen. Met een dunne naald worden cellen uit de knobbel genomen. Deze worden microscopisch beoordeeld. De uitslag is gecategoriseerd (Bethesda-systeem):
| Bethesda categorie | Risico op maligniteit | Advies |
|---|---|---|
| I: Niet te beoordelen | Variabel | Herhaal biopsie |
| II: Goedaardig | < 3% | Observatie |
| III: Atypie van onzekere betekenis | 5–15% | Herhaal of operatie |
| IV: Folliculaire neoplasie | 15–30% | Operatie |
| V: Verdacht voor maligniteit | 60–75% | Operatie |
| VI: Kwaadaardig | > 97% | Operatie |
Schildklierkanker: hoe zeldzaam, hoe goede prognose?
Schildklierkanker is relatief zeldzaam maar de incidentie is de afgelopen decennia gestegen — deels door betere detectie via echografie.
Soorten: – Papillair carcinoom (~85%): langzaam groeiend, uitstekende prognose. 10-jaarsoverleving: > 95% – Folliculair carcinoom (~10%): goede prognose bij complete verwijdering – Medullair carcinoom (~3–4%): gaat uit van C-cellen (calcitonine-producerend). Kan erfelijk zijn (MEN2). Vroeg opsporen bij familieleden belangrijk – Anaplastisch carcinoom (< 2%): zeldzaam, agressief, slechte prognose
Behandeling: chirurgie (thyreoidectomie), eventueel radioactief jodiumbehandeling, daarna levenslange levothyroxine.
De meeste mensen met papillair of folliculair schildklierkanker worden volledig genezen. Schildklierkanker heeft van alle carcinomen een van de beste prognoses.
Behandeling afhankelijk van oorzaak
Watchful waiting
Bij een goedaardige knobbel kleiner dan 1 cm zonder verdachte kenmerken: gewoon volgen met jaarlijkse echo. Geen behandeling nodig.
Jodium
Bij diffuus struma door jodiumtekort (zeldzaam in NL): adequate jodiumsuppletie.
Medicatie
Bij struma door hypothyreoïdie (Hashimoto): levothyroxine. Dit kan het struma iets verkleinen. Bij hyperthyreoïdie (Graves): thyreostatica.
Radioactief jodium
Bij toxisch multinoduleus struma of toxisch adenom: radioactief jodium is effectief om de overactieve knobbels te vernietigen.
Operatie
Bij: – Groot struma met compressie (ademhalingsklachten, slikproblemen) – Verdachte knobbel / bevestigde schildklierkanker – Cosmetische wens bij groot struma – Snelgroeiend struma
Wanneer naar de huisarts?
Ga naar je huisarts als je: – Een zwelling opmerkt aan de voorkant van je hals – Moeite hebt met slikken of een vol gevoel in de keel – Hees bent zonder duidelijke oorzaak (> 2–3 weken) – Ademhalingsklachten hebt die je niet kunt verklaren
Bronnen
- NHG-standaard Schildklieraandoeningen — Nederlands Huisartsen Genootschap
- Farmacotherapeutisch Kompas: Levothyroxine — KNMP
- Kahaly GJ, et al. (2022). European Thyroid Association Guideline for the Management of Graves’ Hyperthyroidism. ETA. doi:10.1159/000518534
- Jonklaas J, et al. (2014). Guidelines for the Treatment of Hypothyroidism. Thyroid. doi:10.1089/thy.2014.0028
- American Thyroid Association — patiënteninformatie
Dit artikel is uitsluitend bedoeld voor informatieve doeleinden en vervangt geen medisch advies. Raadpleeg je huisarts voor persoonlijk advies.