Struma vergroot schildklier: oorzaken, symptomen en behandeling

Medische disclaimer: Dit artikel is informatief bedoeld en vervangt geen advies van een arts of apotheker. Raadpleeg altijd een zorgverlener bij vragen over uw gezondheid of medicijngebruik.
Inhoudsopgave
  1. Wat is struma?
  2. Hoe vaak komt struma voor?
  3. Oorzaken van struma
  4. 1. Jodiumtekort (historisch, wereldwijd nog relevant)
  5. 2. Hashimoto-thyreoïditis
  6. 3. Graves-ziekte
  7. 4. Schildklierknobbels (noduli)
  8. 5. Schildklierkanker
  9. 6. Medicijnen
  10. 7. Zwangerschap
  11. Symptomen van struma
  12. Wanneer zijn knobbels gevaarlijk?
  13. Hoe verloopt het onderzoek?
  14. Stap 1: Bloedonderzoek
  15. Stap 2: Echografie
  16. Stap 3: FNA-biopsie (fijne naaldaspiratie)
  17. Schildklierkanker: hoe zeldzaam, hoe goede prognose?
  18. Behandeling afhankelijk van oorzaak
  19. Watchful waiting
  20. Jodium
  21. Medicatie
  22. Radioactief jodium
  23. Operatie
  24. Wanneer naar de huisarts?

Een vergrote schildklier — medisch “struma” of “goiter” genoemd — klinkt misschien alarmerend als je het voor het eerst hoort. Maar de meeste gevallen zijn goedaardig en vergen geen acute behandeling. Toch is het belangrijk om de oorzaak te achterhalen en te begrijpen wanneer het wél aandacht vraagt.

Dit artikel legt uit wat struma is, welke oorzaken er zijn, wanneer knobbels in de schildklier zorgwekkend zijn, hoe het onderzoek verloopt, en hoe de behandeling er per situatie uitziet. En ja: we bespreken ook schildklierkanker — eerlijk en in perspectief.


Wat is struma?

Struma betekent letterlijk “vergrote schildklier”. Normaal weegt een schildklier 20–30 gram; bij struma is dit meer. De mate van vergroting varieert: van een nauwelijks waarneembare vergroting op echo, tot een zichtbare zwelling die je met het blote oog ziet.

Soorten struma: – Diffuus struma: de hele schildklier is gelijkmatig vergroot – Multinoduleus struma: meerdere knobbels (noduli) in de schildklier – Solitaire nodus: één knobbel in een verder normaal schildklier

Struma zegt niets over de schildklierfunctie: de schildklier kan vergroot zijn terwijl ze normaal, te traag of te snel werkt.


Hoe vaak komt struma voor?

Struma is wereldwijd een van de meest voorkomende schildklieraandoeningen. Globaal wordt geschat dat 10–15% van de volwassen bevolking een of meer knobbels heeft die groot genoeg zijn om echografisch zichtbaar te zijn. Bij echografisch onderzoek wordt bij 50–60% van mensen boven de 60 jaar minstens één knobbel gevonden.

Veruit de meeste knobbels zijn goedaardig. Minder dan 5% van alle schildklierknobbels is kwaadaardig.


Oorzaken van struma

1. Jodiumtekort (historisch, wereldwijd nog relevant)

Vroeger was jodiumtekort de meest voorkomende oorzaak van struma — vandaar dat struma in bergachtige regio’s ver van de zee veel voorkwam. Bij jodiumtekort stimuleert de hypofyse de schildklier extra hard (via TSH), wat leidt tot vergroting.

In Nederland is ernstig jodiumtekort zeldzaam dankzij gejodeerd broodbakkerszout. Maar wereldwijd is jodiumtekort nog altijd de grootste oorzaak van struma.

2. Hashimoto-thyreoïditis

Bij Hashimoto kan de schildklier in vroege fasen vergroot raken door de ontsteking. Later, als meer schildklierweefsel wordt aangetast, kan de schildklier juist kleiner worden. Hashimoto is in Nederland een van de meest voorkomende oorzaken van struma.

3. Graves-ziekte

De diffuus vergrote, hyperactieve schildklier bij Graves is een klassiek struma. Hierbij is de schildklier warm aanvoelend en kan er een vaatgeruis hoorbaar zijn.

4. Schildklierknobbels (noduli)

Goedaardige knobbels (adenomen, cysten) kunnen de schildklier plaatselijk vergroten. Bij meerdere knobbels spreekt men van een multinoduleus struma.

5. Schildklierkanker

Een klein percentage van schildklierknobbels is kwaadaardig. Dit is een van de redenen waarom knobbels altijd geëvalueerd moeten worden.

6. Medicijnen

Lithium (bij bipolaire stoornis) en amiodaron (hartmedicijn) kunnen de schildklierfunctie beïnvloeden en struma veroorzaken.

7. Zwangerschap

Tijdens de zwangerschap werkt de schildklier harder. Bij een licht suboptimale jodiuminname kan dit tijdelijk leiden tot een lichte vergroting.


Symptomen van struma

Kleine struma’s geven vaak helemaal geen klachten — ze worden bij toeval gevonden op een echo of bij een arts-onderzoek.

Grotere struma’s kunnen geven: – Zichtbare zwelling aan de voorzijde van de hals – Druk- of volgevoel in de hals – Slikproblemen (dysfagie): het struma drukt op de slokdarm – Heesheid: druk op de stembanden (nervus recurrens) – Benauwdheid: druk op de luchtpijp — bij groot struma – Pijn: bij bloeding in een knobbel (snel opkomend, hevig) of bij subacute thyreoïditis


Wanneer zijn knobbels gevaarlijk?

De meeste knobbels zijn goedaardig. Maar er zijn kenmerken die een verhoogd risico op kwaadaardigheid aangeven:

Echografische kenmerken die verder onderzoek rechtvaardigen: – Microcalcificaties (kleine kalkachtige depositiesjes) – Irregulaire randen – Overwegend solide en hypoechogeen (donker op echo) – Verhoogde interne doorbloeding – Groter dan 1 cm

Klinische kenmerken die verder onderzoek rechtvaardigen: – Snelle groei van een knobbel – Harde, vaste, gefixeerde knobbel bij palpatie – Heesheid, slikproblemen (bij compressie of ingroei) – Vergrote lymfeklieren in de hals – Eerstegraads familiegeschiedenis van schildklierkanker

Patiëntkenmerken met verhoogd risico: – Bestralingstrauma hoofd/hals in de jeugd – Erfelijke syndromen (MEN2, familiale adenomateuze polyposis)


Hoe verloopt het onderzoek?

Stap 1: Bloedonderzoek

TSH en FT4 om de schildklierfunctie te beoordelen. Soms calcitonine (bij vermoeden medullair schildkliercarcinoom).

Stap 2: Echografie

Dit is de standaard beeldvorming. De echografist beoordeelt grootte, structuur, echogeniciteit en kenmerken van knobbels. Er bestaan gestandaardiseerde risicoclassificatiesystemen (EU-TIRADS in Europa, ACR-TIRADS in Amerika) die de knobbel een risicocategorie geven.

Stap 3: FNA-biopsie (fijne naaldaspiratie)

Bij knobbels met verdachte echografische kenmerken wordt een biopsie aanbevolen. Met een dunne naald worden cellen uit de knobbel genomen. Deze worden microscopisch beoordeeld. De uitslag is gecategoriseerd (Bethesda-systeem):

Bethesda categorie Risico op maligniteit Advies
I: Niet te beoordelen Variabel Herhaal biopsie
II: Goedaardig < 3% Observatie
III: Atypie van onzekere betekenis 5–15% Herhaal of operatie
IV: Folliculaire neoplasie 15–30% Operatie
V: Verdacht voor maligniteit 60–75% Operatie
VI: Kwaadaardig > 97% Operatie

Schildklierkanker: hoe zeldzaam, hoe goede prognose?

Schildklierkanker is relatief zeldzaam maar de incidentie is de afgelopen decennia gestegen — deels door betere detectie via echografie.

Soorten: – Papillair carcinoom (~85%): langzaam groeiend, uitstekende prognose. 10-jaarsoverleving: > 95% – Folliculair carcinoom (~10%): goede prognose bij complete verwijdering – Medullair carcinoom (~3–4%): gaat uit van C-cellen (calcitonine-producerend). Kan erfelijk zijn (MEN2). Vroeg opsporen bij familieleden belangrijk – Anaplastisch carcinoom (< 2%): zeldzaam, agressief, slechte prognose

Behandeling: chirurgie (thyreoidectomie), eventueel radioactief jodiumbehandeling, daarna levenslange levothyroxine.

De meeste mensen met papillair of folliculair schildklierkanker worden volledig genezen. Schildklierkanker heeft van alle carcinomen een van de beste prognoses.


Behandeling afhankelijk van oorzaak

Watchful waiting

Bij een goedaardige knobbel kleiner dan 1 cm zonder verdachte kenmerken: gewoon volgen met jaarlijkse echo. Geen behandeling nodig.

Jodium

Bij diffuus struma door jodiumtekort (zeldzaam in NL): adequate jodiumsuppletie.

Medicatie

Bij struma door hypothyreoïdie (Hashimoto): levothyroxine. Dit kan het struma iets verkleinen. Bij hyperthyreoïdie (Graves): thyreostatica.

Radioactief jodium

Bij toxisch multinoduleus struma of toxisch adenom: radioactief jodium is effectief om de overactieve knobbels te vernietigen.

Operatie

Bij: – Groot struma met compressie (ademhalingsklachten, slikproblemen) – Verdachte knobbel / bevestigde schildklierkanker – Cosmetische wens bij groot struma – Snelgroeiend struma


Wanneer naar de huisarts?

Ga naar je huisarts als je: – Een zwelling opmerkt aan de voorkant van je hals – Moeite hebt met slikken of een vol gevoel in de keel – Hees bent zonder duidelijke oorzaak (> 2–3 weken) – Ademhalingsklachten hebt die je niet kunt verklaren


Bronnen

Dit artikel is uitsluitend bedoeld voor informatieve doeleinden en vervangt geen medisch advies. Raadpleeg je huisarts voor persoonlijk advies.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar boven